FR / NL                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                   Zoeken       

TSJECHIË

Richtbedragen als vastgesteld in afdeling 13 van wet nr. 326/1999 Coll. inzake het verblijf van vreemdelingen op het grondgebied van de Tsjechische Republiek, als gewijzigd, in samenhang met afdeling 5 van wet nr. 110/2006 Coll. inzake het bestaansminimum, als gewijzigd. De richtbedragen zijn afhankelijk van het huidige bestaansminimum en variëren naargelang de duur van het voorgenomen verblijf van korte duur op het Tsjechische grondgebied:

                 

·         voor een verblijf van maximaal dertig dagen: 0,5 maal het bestaansminimum (huidig bedrag — november 2017: 2 200 CZK) voor iedere dag van het verblijf, d.w.z. 1 100 CZK per dag;

 

·         voor een verblijf van meer dan dertig dagen: 15 maal het bestaansminimum (huidig bedrag — november 2017: 2 200 CZK), d.w.z. 33 000 CZK; dit bedrag wordt verhoogd met het dubbele van het bestaansminimum voor elke volledige maand van het voorgenomen verblijf op het grondgebied, d.w.z. 4 400 CZK per bijkomende maand;

 

·         onderdanen van derde landen die jonger zijn dan 18, moeten over de helft van de bovengenoemde bedragen beschikken.

 

De beschikbaarheid van voldoende bestaansmiddelen kan worden beoordeeld aan de hand van contant geld, creditcards en reischeques die de onderdaan van een derde land in bezit heeft, of aan de hand van een document dat bevestigt dat de diensten in verband met het verblijf op het grondgebied betaald zijn of kosteloos worden aangeboden. Borgstellingen en garantstellingsverklaringen van de gastheer/-vrouw (in de vorm van een uitnodiging die door de politie van de Tsjechische Republiek is gecertificeerd — zie bijlage 33 van het Schengenhandboek) kunnen eveneens de toereikendheid van de bestaansmiddelen aantonen.

 

Een onderdaan van een derde land die van plan is op het grondgebied te studeren, kan als bewijs van voldoende bestaansmiddelen voor zijn verblijf een toezegging van een overheidsinstantie of een rechtspersoon overleggen dat zal worden voorzien in het verblijf van de betrokkene door middelen ter beschikking te stellen die overeenkomen met het bestaansminimum (huidig bedrag — november 2017: 2 200 CZK) voor één maand van het voorgenomen verblijf, dan wel een document waarin wordt bevestigd dat alle studie- en verblijfskosten door de ontvangende organisatie (onderwijsinstelling) worden gedragen. Indien het richtbedrag hoger is dan het in de toezegging genoemde bedrag, moet de onderdaan van een derde land een document overleggen waaruit blijkt dat hij over middelen beschikt om het verschil te dekken tussen het bestaansminimum (huidig bedrag — november 2017: 2 200 CZK) en het bedrag van de toezegging voor de duur van het voorgenomen verblijf. Het verschil mag echter niet meer bedragen dan zesmaal het bestaansminimum (op dit moment 13 200 CZK). Het document over de toekenning van een toelage voor het verblijf kan worden vervangen door een beslissing of een overeenkomst inzake de toekenning van een toelage uit hoofde van een internationaal verdrag waarbij de Tsjechische Republiek partij is.