FR / NL                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                   Zoeken       



S P A N J E
 
Bij besluit van het ministerie van Regeringszaken (Orden del Ministerio de la Presidencia) PRE/1282/2007 van 10 mei 2007 betreffende de middelen van bestaan waarover vreemdelingen vóór hun inreis in Spanje moeten kunnen bewijzen te beschikken, worden de middelen van bestaan vastgesteld waarover vreemdelingen moeten beschikken alvorens in Spanje binnen te reizen.
 
a)             vanaf 1 januari 2019 moet een vreemdeling die niet onder het EU-recht valt, voor zijn levensonderhoud tijdens het verblijf in Spanje kunnen bewijzen per dag te beschikken over 10 % van het wettelijke bruto minimumloon, zoals vastgesteld bij Koninklijk Besluit 1462/2018 van 21 december 2004 tot vaststelling van het minimumloon voor 2019, wat neerkomt op 95 euro per persoon per dag (of een wettelijk gelijkwaardig bedrag in buitenlandse munt). Dit bedrag wordt vermenigvuldigd met het aantal dagen van het voorgenomen verblijf in Spanje en het aantal reizigers dat ten laste van de betrokkene komt. In totaal beloopt het bedrag ten minste 90 % van het wettelijke bruto minimumloon (855 euro of een wettelijk gelijkwaardig bedrag in buitenlandse munt) per persoon, ongeacht de voorgenomen verblijfsduur;
 
b)             voor terugkeer naar zijn land van herkomst of voor doorreis naar derde landen moet de vreemdeling kunnen aantonen te beschikken over een of meerdere op naam gestelde, onoverdraagbare en niet-verhandelbare reisbiljetten voor het vervoermiddel dat hij voornemens is te gebruiken.
De vreemdeling moet bewijzen over de bedoelde middelen van bestaan te beschikken door deze te tonen, voor zover hij deze bij zich draagt, of door overlegging van gewaarmerkte cheques, reischeques, betaalkaarten of kredietkaarten, die vergezeld dienen te gaan van een bankafschrift of een geactualiseerd bankrekeningboekje (bankeffecten of bankafschriften uit het internet worden niet aanvaard) of enig ander middel waarmee het beschikbare krediet van de genoemde kaart of bankrekening duidelijk kan worden aangetoond.