FR / NL                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                   Zoeken       
SLOVENIË
Volgens artikel 7 van de instructies over het weigeren van toegang aan vreemdelingen, de voorwaarden voor het afgegeven van visa aan grensovergangen, de voorwaarden voor het afgegeven van visa om humanitaire redenen en de procedure voor het intrekken van visa (Staatscourant van de Republiek Slovenië, nr.2/01, hierna te noemen '' de instructies''), moet een vreemdeling, alvorens het land binnen te komen, op verzoek van een politiefunctionaris informatie verstrekken over hoe de middelen van bestaan en middelen voor terugkeer naar het eigen land of doorreis naar een derde land worden gewaarborgd tijdens het verblijf van de vreemdeling in Slovenië.

Als afdoend bewijs voor het bestaan van de vereiste bestaansmiddelen moet een vreemdeling aantonen dat hij over het voorgeschreven bedrag beschikt in de vorm van contant geld, reischeques, internationaal erkende debet- of kredietkaarten, kredietbrieven of een ander geverifieerd bewijs van het bestaan van deze middelen in de Republiek Slovenië.

Om op afdoende wijze aan te tonen dat een vreemdeling naar zijn land kan terugkeren of naar een derde land kan doorreizen, moet hij betaalde reisbiljetten of voldoende middelen om de reiskosten te betalen, overleggen.

Het adequate bedrag aan contant geld wordt verkregen door de dagelijkse middelen van bestaan te vermenig vuldigen met het aantal dagen dat een vreemdeling in Slovenië verblijft. Indien een vreemdeling geen gewaarborgde middelen van bestaan heeft (familie, betaalde accommodatie in het kader van een tourpakket enz.) worden de dagelijkse middelen van bestaan vastgesteld op 70 EUR, omgerekend in SIT overeenkomstig de geldende dagkoers.

Het voorgeschreven bedrag voor een minderjarige die door zijn ouders of zijn wettige vertegenwoordiger wordt vergezeld, is 50 % van het hierboven voorgeschreven bedrag.