FR / NL                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                   Zoeken       

ROEMENIË (niet-Schengen, enkel ter informatie)

 De vreemdelingenwet nr. 194/2002 doet de toegang tot Roemenië afhangen van het bewijs dat de betrokkene over voldoende bestaansmiddelen beschikt tijdens zijn verblijf en voor de terugkeer naar zijn land van herkomst of de doorreis naar een andere staat waartoe hij zeker toegang heeft.

Wat de refenrentie bedragen voor overschrijdingen van de buitengrenzen betreft : een nationaal visum voor kort verblijf voor toeristische doeleinden, bezoeken, zakelijke, culturele of wetenschappelijke activiteiten, of voor humanitaire of medische doeleinden kan worden verkregen, als de betrokkene kan aantonen dat hij beschikt over 50 EUR per dag, doch niet minder dan 500 EUR voor het volledige verblijf, of gelijkwaardig.

Een nationaal visum voor kort verblijf voor een missie, professioneel vervoer of sportieve doeleinden kan worden verkregen zonder dat de betrokkene hoeft aan te tonen dat hij beschikt over voldoende bestaansmiddelen.

Onderdanen van derde landen die bij het overschrijden van de buitengrenzen van de EU in het bezit moeten zijn van een visum (zie bijlage 1 bij Verordening  (EG) nr.539/200), en waarvoor de procedure op uitnodiging van toepassing is (*), moeten beschikken over 30 EUR per dag voor het volledige verblijf. Het bedrag moet ter beschikking worden gesteld door de natuurlijke of rechtspersoon die uitnodigt.

(*) De landen en entiteiten / territoriale autoriteiten die door minstens één lidstaat niet als staat erkend, waarvoor de procedure op uitnodiging geldt, zijn opgenomen in Besluit nr.1743/2010 van de minister van Buitenlandse Zaken : Afghanistan, Algerije, Bangladesh, China, Tsjaad, Congo, Noord-Korea, Egypte, India, Indonesië, Jordanië, Iran, Irak, Libanon, Libië, Mali, Marokko, Mauretanië, Nigeria, Pakistan, Syrië, Somalië, Sri Lanka, Soedan, Tunesië, Oezbekistan, Jemen, Palestijnse Autoriteit.