FR / NL                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                   Zoeken       

Criteria voor de vaststelling of in een reisdocument een visum kan worden aangebracht

Onderstaande reisdocumenten worden aangemerkt als reisdocumenten als bedoeld in artikel 17, lid 3, onder a) van de Schengen-Uitvoeringsovereenkomst, voor zover deze aan de in de artikelen 13 en 14 gestelde voorwaarden voldoen en daarin naar behoren de identiteit van de houder is vastgesteld alsmede, in de hieronder onder a) en b) genoemde gevallen, diens nationaliteit of staatsburgerschap

a) reisdocumenten welke conform de internationaal gangbare praktijk worden afgegeven door Staten of territoriale gebiedsdelen welke door alle Overeenkomstsluitende Partijen zijn erkend

b) paspoorten of reisdocumenten waarmee de terugkeer is gewaarborgd, ofschoon zij zijn afgegeven door Staten of territoriale gebiedsdelen welke niet door alle Overeenkomstsluitende Partijen zijn erkend, voor zover het Uitvoerend Comité vaststelt dat in deze documenten een eenvormig visum kan worden aangebracht en met eenparigheid onderstaande lijsten goed­keurt:

- de lijst van bedoelde paspoorten of reisdocumenten

- de lijst van niet-erkende Staten of gebiedsdelen welke deze documenten afgeven

Eventuele plaatsing op deze lijsten, welke slechts ertoe strekken toepassing te geven aan de Uitvoeringsovereenkomst, impliceert niet de erkenning door de Overeenkomstsluitende Partijen van niet-erkende Staten of territoriale gebiedsdelen.

c) het reisdocument voor vluchtelingen hetwelk is afgegeven krachtens het Verdrag van Genève van 1951 betreffende de status van vluchtelingen

d) het reisdocument voor staatlozen hetwelk is afgegeven krachtens het Verdrag van 1954 betreffende de status van staatlozen.1

(1) Portugal en Oostenrijk hebben het Verdrag betreffende de status van staat-lozen niet ondertekend, maar gaan ervan uit dat in ingevolge dit Verdrag afgegeven reisdocumenten een door de Schengen-Staten afgegeven eenvormig visum kan worden aangebracht

(Transit) Visumverklaring voor niet-erkende reisdocumenten